
Er wordt aangebeld en nerveus snel ik naar de deur. De zon schijnt, het is lekker warm en licht in huis, en hoewel ik meestal nogal stuurs kijk, open ik de deur met een glimlach van hier tot ginder om de drie mensen die op inspectie komen te verwelkomen. Er staat immers veel op het spel, voor hen en voor mij. Beter gezegd, voor ons, want ik ben van plan mijn hele gezin in te schakelen. Het reisbureau waarvoor het driespan werkt is gespecialiseerd in beleefvakanties voor jongeren van achttien tot vierentwintig jaar. Als de rondleiding meevalt zullen zij een nieuw evenement aan hun catalogus kunnen toevoegen en wij zullen genoeg toeristen over de vloer krijgen.
Na mijn reis door Thailand een paar maanden geleden voelde ik me een beetje down. Dat is niks nieuws. Want telkens wanneer ik op vakantie ga hoop ik verlicht terug te komen en nog nooit is dat gelukt. Het was fijn, ontspannend en zorgeloos – zo lang ik weg was. Maar wéér was ik niet tot nieuwe inzichten gekomen, wéér was er in wezen niets veranderd. Nog altijd was ik bang voor de toekomst, voor oud zijn, ziek en afhankelijk en vroeg ik me af: waar is de plek waar ik wil eindigen?
Na het lezen van een zorgwekkend blogbericht van een of ander onderzoeksbureau sloeg ik helemaal tilt. Artificiële intelligentie zou het menselijke denken gaan vervangen, veel jobs zouden wegvallen of minder goed betaald worden. Dalende koopkracht, schreven ze, betekent dalende consumptie. Woonkredieten zouden niet meer kunnen worden terugbetaald en de banken zouden wankelen. De gangbare ingrepen bij crisistoestanden zouden niet meer werken.
Ik begon nog meer te vrezen voor mijn eigen toekomst, en nu ook voor die van mijn kinderen en kleinkinderen. Zouden wij kunnen wennen aan een leven met AI? Zouden mijn kinderen hun werk kunnen behouden? Welk beroep zouden mijn kleinkinderen nog kunnen uitoefenen? Wat met ons monetair systeem? Zou er dan toch een grote herverdeling komen, een basisinkomen? En wat zouden de mensen met al hun vrijgekomen tijd toch dóen? Ik keek rond in ons te grote huis, zag de te grote tuin en ineens viel mij iets te binnen. Was er ook geen opmars bezig, terug naar de basis? Zuurdesembrood bakken, breien en haken? Garen spinnen?
En toen wist ik het. Ons huis zou het Huis der Oude Ambachten worden. Twee vliegen in een klap. We zouden tot ons einde in dit huis blijven én er een verdienmodel van maken waaraan ons hele gezin zou kunnen deelnemen.
Ik begin met de rondleiding en laat het team de schrijfster zien die aan een massief houten bureau met een vulpen geconcentreerd zit te schrijven. Kloeke, koningsblauwe letters vullen het witte blad, en tot hun grote verbazing is de tekst meteen foutloos. In de boekenkast achter haar staan fysieke boeken en ik toon het team hoe ze voorzichtig, met witte handschoenen aan, een boek uit het rek kunnen halen en doorbladeren. Ze behandelen de boeken met het nodige respect, zie ik, en vind dat alvast een goed teken.
Van de schrijfkamer lopen we door de woonkamer naar de keuken. In de woonkamer kijken twee mensen samen naar dezelfde film op de televisie. Alle drie moeten ze er hartelijk mee lachen – gebeurde dat vroeger echt zo? In de keuken staat een man met een schort aan te koken met verse ingrediënten uit de tuin. Enthousiast vertel ik dat de eventuele bezoekers zelf mogen oogsten, onder toezicht natuurlijk, en dat we bij genoeg interesse ook workshops zouden kunnen geven: Koken met wat de natuur ons geeft. Ik zeg dat het bezoek aan ons huis dat normaal gezien een halve dag beslaat, dan wel moet worden uitgebreid tot een hele dag. Het team vindt dat een super idee.
In de tuin bedient iemand een grasmaaier en de oudste van de drie vraagt of de bezoekers dat ook zouden mogen proberen. Of is dat te riskant? Ik laat ze ook nog de bessenstruiken zien en de plek waar confituur kan worden gemaakt. Daarna wijs ik op een oude Volvo, die op de oprit staat. Bezoekers zullen, mits betalen van een toeslag, er zelf mee mogen rijden om een stukje van de buurt verkennen.
Als laatste gaan we naar de kelder waar mijn man in een donkere kamer zelf foto´s ontwikkelt. Uiteraard, zeg ik, zijn die foto´s met een analoog toestel gemaakt. Ik leg uit dat het toestel momenteel niet hier ligt omdat het wordt gerepareerd, maar dat het later ook te bezichtigen zal zijn.
Terwijl ze het toilet en de hygiëne in de keuken nog even controleren wacht ik lichtjes hyperventilerend hun oordeel af. In de keuken prevelen ze wat met elkaar en komen daarna naar mij om hun fiat te geven. Vanaf volgende maand zullen ze een bezoek aan het Huis der Oude Ambachten aanbieden op hun website.
Meteen valt er een hoop spanning van me af. Nu alleen nog de kinderen en kleinkinderen overtuigen.

12 reacties op “20 mei 2027”
Dat lijkt me een strak plan naar de toekomst geschreven.
LikeGeliked door 1 persoon
Lijkt mij ook 🙂
LikeGeliked door 1 persoon
gedeeltelijk is wat wij vroeger normaal vonden al geschiedenis, maar of het in de toekomst zo zal zijn?
LikeGeliked door 1 persoon
Het gaat nu zo snel dat ik soms denk dat wij over een paar jaar niet meer mee kunnen.
LikeLike
GEWELDIG!!!!!
LikeGeliked door 1 persoon
Oh jee, dankjewel!
LikeLike
Schitterend, Ingrid, ik zit hier hardop te lachen!
LikeGeliked door 1 persoon
Dankjewel, Christine. Dan is het gelukt:een beetje tegengewicht in deze bange tijden.
LikeLike
Ja, jij hebt zo’n aparte stijl, schijnbaar bloedserieus en tegelijk heel komisch. Echt een kunst. En dat helpt als het allemaal wat zwaar wordt.
LikeGeliked door 1 persoon
Dank voor het compliment. Daar bloos ik van.
LikeLike
Dat lijkt me een prachtig plan Ingrid. Ga er voor !!!
LikeGeliked door 1 persoon
Ik moet de rest van het gezin nog meekrijgen…
LikeLike