Nooit

Een half jaar geleden bezochten mijn man en ik het Vieille Montagne museum in Kelmis, waar de geschiedenis van Kelmis in samenhang wordt gebracht met die van die Vieille Montagne, een bedrijf dat zinkmijnen en zinksmelterijen bezat. Het is een boeiend verhaal waarin ook Neutraal Moresnet ter sprake komt, een soort niemandsland dat hier ontstond omwille van de aanwezigheid van de Altenberg, een grote zinkmijn. Neutraal Moresnet heeft 103 jaar lang bestaan.

Een paar dagen later surfte ik nog eens naar de website en zag dat er Nederlandstalige gidsen voor het museum werden gezocht. Omdat ik het hele verhaal zo interessant vond, schoot ik meteen in actie en schreef een mail. Het leek me de ideale invulling voor mijn verdere leven hier: het was maar tien minuten rijden met de auto, ik zou mijn moedertaal kunnen inzetten in de Duitstalige Gemeenschap, ik zou wat moeten studeren en nieuwe mensen leren kennen. Qua tijd zou het ook wel behapbaar zijn want het ging om vrijwilligerswerk. Diezelfde dag kreeg ik een mail terug. Ik werd uitgenodigd voor een voorstellingsgesprek, dat een week later plaatsvond. Er heerste een gemoedelijke sfeer, het gesprek verliep vlot en ik kreeg meteen de teksten mee, in het Nederlands en in het Duits.

De volgende dag geraakte ik lichtjes in paniek en, zoals dat hier nogal eens gaat, begon ik mijn man verwijten te maken. Waarom had hij me niet tegengehouden? Waarom had hij mijn auto niet gesaboteerd of op z´n minst gezegd dat gidsen niets voor mij was? Ik ging dat nooit kunnen. Ik moest geschiedenis leren, de zinkverwerking bestuderen, op mijn leeftijd was dat niet te doen. Was gidsen niet eerder iets voor mensen uit het onderwijs? Die zijn tenminste gewend om een uur vol te praten en de leerlingen bij de les te houden. Zelf had ik nooit ook maar enige ambitie getoond om lerares te worden, dat wist hij toch ook? Waarom zou ik dan nu andere mensen iets gaan leren? Bovendien, zei ik, tegen mensen zeggen waar ze moeten gaan of staan – dat ga ik niet doen, hoor. Mijn man lachte fijntjes. Toen ik dat zag reageerde ik boos. No way, zei ik fors, morgen ga ik het afzeggen.

´s Nachts walste ik in mijn bed heen en weer. Zou ik, of zou ik niet? Waarom ging ik toch altijd uitdagingen aan? Was het gewone leven niet al uitdaging genoeg? Ik moest mezelf toch niet bewijzen. Of toch? Tegen de ochtend begon mijn opvoeding aardig op te spelen. Ik was een engagement aangegaan en dat niet na komen…  nee, dat kon ik niet maken. Ik moest het in ieder geval proberen.

Kleinmoedig zette ik me de volgende ochtend aan mijn bureau en begon te studeren. Ik las Zink van David van Reybrouck en Moresnet van Philip Dröge en vier weken later gaf ik mijn eerste rondleiding. Het was een grote en geen gemakkelijke groep. Allemaal oudere mensen die van tevoren waren gaan lunchen. Hun spijsvertering werkte op volle toeren – wat ik kon horen en ruiken – en ze waren moe. Gelukkig kreeg ik van de meesten de aandacht gevangen en ze vertrokken tevreden. Volgens mijn man straalde ik toen ik thuiskwam.

Een maand geleden kreeg ik de vraag of ik ook een Duitstalige rondleiding wilde geven. Ze waren in nood in het museum: iemand was langdurig ziek, een andere had een nieuwe job gevonden. Ik zuchtte. Even later zeiden ze aan de telefoon dat ik toch ook de Duitstalige papieren meegekregen had, moeilijk zou het niet zijn. Ik antwoordde dat ik erover moest nadenken.

Nooit, never, zei ik tegen mijn man. Het is al uitdaging genoeg om het verhaal in het Nederlands te vertellen, op onverwachte vragen te antwoorden en alles binnen het uur af te haspelen. Trouwens, mijn Duits is er te erg op achteruit gegaan sinds we de praktijk in Aken niet meer hebben. Nee, in het Duits ga ik echt te veel stressen. En het is vrijwilligerswerk, het moet leuk blijven. Mijn man lachte weer fijntjes.

Gisteren heb ik voor het eerst in het Duits gegidst. Volgens mijn man straalde ik toen ik thuiskwam.

8 reacties op “Nooit”

Reageren? Graag!

INGRID VANDERKRIEKEN